
Parameter
- 216 Seiten
- 8 Lesestunden
Mehr zum Buch
Paul Léautaud begon zijn Journal Littéraire op 3 november 1893, geïnspireerd door Stendhal en gelijktijdig met Gide. De laatste notitie dateert van 17 februari 1956, vlak voor zijn dood, waarin hij zijn nieuwe dieet en de slechte kwaliteit van de koffie in het verzorgingstehuis bespreekt. Deze opmerkingen reflecteren de humeurige toon en de vaak cynische inhoud van het Journal. De toevoeging "Littéraire" verwijst naar zijn literaire omgeving en zijn zelfbeschrijving als een 'homme de lettres', die alles ervaart met het oog op wat hij kan opschrijven. Aanvankelijk zijn zijn teksten herinneringen en fragmenten, maar vanaf 1903, met de ontwikkeling van een echt dagboek, begint hij zijn nachtelijke schrijfsessies bewuster te gebruiken als een 'dédoublement'. Als redactiesecretaris bij de Mercure de France krijgt het journal extra dimensie; hij portretteert de literaire wereld met anekdotes en subjectieve observaties. Het journal is van onschatbare waarde, ondanks de goedgelovigheid en humeurigheid van de auteur. Bij zijn dood was het uitgegroeid tot een enorme stapel papier, met fragmenten geschreven op allerlei materialen. De publicatie, onder leiding van Marie Dormoy, resulteerde in negentien delen, waarvan dit boek een selectie biedt van de eerste drie delen, van 1893 tot 1921. De samensteller heeft geprobeerd een objectief beeld te geven, waarbij bepaalde fragmenten zijn bekort zonder de essentie te verliezen.
Buchkauf
Literair dagboek 1893 - 1921, Paul Léautaud
- Sprache
- Erscheinungsdatum
- 1989
- Einband
- (Paperback)
Keiner hat bisher bewertet.
- Titel
- Literair dagboek 1893 - 1921
- Sprache
- Niederländisch
- Autor*innen
- Paul Léautaud
- Verlag
- De Arbeiderspers
- Erscheinungsdatum
- 1989
- Einband
- Paperback
- Seitenzahl
- 216
- ISBN10
- 9029528060
- ISBN13
- 9789029528061
- Reihe
- Schlagwörter
- Beschreibung
- Paul Léautaud begon zijn Journal Littéraire op 3 november 1893, geïnspireerd door Stendhal en gelijktijdig met Gide. De laatste notitie dateert van 17 februari 1956, vlak voor zijn dood, waarin hij zijn nieuwe dieet en de slechte kwaliteit van de koffie in het verzorgingstehuis bespreekt. Deze opmerkingen reflecteren de humeurige toon en de vaak cynische inhoud van het Journal. De toevoeging "Littéraire" verwijst naar zijn literaire omgeving en zijn zelfbeschrijving als een 'homme de lettres', die alles ervaart met het oog op wat hij kan opschrijven. Aanvankelijk zijn zijn teksten herinneringen en fragmenten, maar vanaf 1903, met de ontwikkeling van een echt dagboek, begint hij zijn nachtelijke schrijfsessies bewuster te gebruiken als een 'dédoublement'. Als redactiesecretaris bij de Mercure de France krijgt het journal extra dimensie; hij portretteert de literaire wereld met anekdotes en subjectieve observaties. Het journal is van onschatbare waarde, ondanks de goedgelovigheid en humeurigheid van de auteur. Bij zijn dood was het uitgegroeid tot een enorme stapel papier, met fragmenten geschreven op allerlei materialen. De publicatie, onder leiding van Marie Dormoy, resulteerde in negentien delen, waarvan dit boek een selectie biedt van de eerste drie delen, van 1893 tot 1921. De samensteller heeft geprobeerd een objectief beeld te geven, waarbij bepaalde fragmenten zijn bekort zonder de essentie te verliezen.