China 1875: Der kleine Pavillon am Teich ist der Lieblingsort des jungen Mingzhi. Endlich hat er eine Zuflucht, wo er sich in Ruhe auf die Prüfung zum Mandarin vorbereiten kann. Denn er soll als Beamter den Traum seines Großvaters erfüllen und der Familie Macht und Ehre verschaffen. Doch fremde Langnasen bringen Unruhe ins Land – und die Augen einer jungen Frau Verwirrung in Mingzhis Herz. »Welch kraftvoller Familienroman! Man riecht förmlich den Opiumrauch.« Xinran
Chiew Siah Tei Bücher


Het kleine huis van de springende vissen
- 302 Seiten
- 11 Lesestunden
China, 1875. Terwijl oude Chinese tradities en nieuwe Westerse invloeden met elkaar op gespannen voet komen te staan, wordt de langverwachte kleinzoon van de oude Heer Chai geboren. Mingzhi zal opgeleid worden tot mandarijn, zo heeft grootvader al voor zijn geboorte besloten. Alles moet wijken voor deze ambitie: de oude Chai manipuleert, marchandeert en gaat zelfs zover dat hij het land van zijn voorvaderen omvormt tot opiumkwekerij. En Mingzhi zelf groeit op, eenzaam in de wereld van confuciaanse waarden en normen die hij liefheeft, terwijl de wereld om hem heen snel verandert. Als hij niet vermorzeld wil worden tussen deze tegenstrijdigheden zal hij een keuze moeten maken.