Amparo, een Amerikaanse mestiza, stuit op het geheimzinnige verleden van haar overgrootmoeder: de jonge Mexicaanse liep van huis weg om aan een gearrangeerd huwelijk te ontsnappen, en ging met haar minnaar wonen bij de revolutionairen van Pancho Villa. Langzamerhand wordt het Amparo duidelijk dat haar welbewust niet alles is verteld over haar afkomst. Het lied van de Mexicana's is een meeslepende roman over vier generaties vrouwen; hun strijd, hun vechtlust, hun hartstocht...
Wie heeft nooit eens met zijn vinger de streep gevolgd die midden over de wereldkaart loopt? Thurston Clarke voegt de daad bij de droom als hij op zijn wereldreis de evenaar volgt. Op levendige wijze vertelt Clarke, van huis uit journalist, over de vele indrukken die hij opdeed en mensen die hij ontmoette in de ontwikkelingslanden aan de evenaar.
Jorge Semprún wurde am 10. Dezember 1923 in Madrid geboren. Mit 14 Jahren musste er bei Beginn des spanischen Bürgerkrieges mit seiner Familie nach Paris fliehen. Dort besuchte er das Lycée Henri IV und studiert Philosophie an der Sorbonne. 1941 trat er unter dem Pseudonym ›Gérard‹ der kommunistischen Résistance-Bewegung ›Francs-Tireurs et Partisans‹ bei. Die deutsche Gestapo verhaftete ihn 1943, und Semprun wurde in das KZ Buchenwald deportiert. Nach der Befreiung 1945 kehrte er nach Paris zurück. Ab 1953 koordinierte er als Mitglied des ZK der spanischen Exil-KP im Geheimen den Widerstand gegen das Franco-Regime in Paris. Unter dem Pseudonym Federico Sánchez arbeitete er zwischen 1957 und 1962 im Untergrund der kommunistischen Partei im franquistischen Spanien. 1964 wurde er wegen Abweichung von der Parteilinie aus der KP ausgeschlossen. Seitdem widmete sich Semprun seiner schriftstellerischen Tätigkeit. In den sechziger Jahren wurde er erstmals als Drehbuchautor bekannt; mit berühmten Filmen wie beispielsweise La guerre est finie (Der Krieg ist aus) von 1966, Z von 1968 und L'aveu (Das Geständnis) von 1970. Nach seiner Amtszeit als spanischer Kultusminister von 1988 - 1991 lebte Jorge Semprún bis zu seinem Tod (2011) in Paris.
Die 53-jährige Rebecca reflektiert ihr Leben, ihre Ehe mit dem viel älteren Mann, die Beziehung zu den drei Stieftöchtern, ihre frühe Witwenschaft und versucht nun ihr Dasein ganz neu zu gestalten.
Alles is afgelopen voor de hoofdpersoon van Philip Roths onthutsende nieuwe boek. Simon Axler, in de zestig en een van de belangrijkste Amerikaanse toneelacteurs van zijn generatie, is opeens zijn magie, zijn talent en zijn onbevangenheid kwijt. Falstaff, Peer Gynt. Om Vanja - al zijn grote rollen smelten weg tot de lucht, tot ijle lucht. Op het podium is hij het spoor bijster, en dat is hem aan te zien. Hij is zijn vertrouwen in zijn techniek kwijtgeraakt, hij denkt dat iedereen hem uitlacht, hij is niet meer in staat iemand anders te spelen. Er is iets fundamenteels weg. Zijn vrouw heeft hem verlaten, zijn publiek heeft hem in de steek gelaten, zijn agent kan hem niet tot een comeback bewegen. Dit navrante verslag van een onverklaarbaar, angstaanjagend identiteitsverlies wordt stormachtig doorbroken door een tweede verhaallijn over ongewone erotische begeerte, vertroosting voor het ontheemde leven. Het blijkt een zo hachelijk en zo bizarre troost dat dit niet tot verlichting en vervulling maar tot een nog zwarter, en nog schokkender einde voert. Tijdens deze lange reis naar de nacht, door Roth verteld met zijn onnavolgbare mengeling van gedrevenheid, virtuositeit en ernst, worden al onze illusies van zekerheid, alles warmee we ons leven optuigen - talent, liefde, seks, hoop, vitaliteit, reputatie - ons afgenomen.