Nur der Fluss kennt die Freiheit
- 277 Seiten
- 10 Lesestunden




28 mei 1948. De Joodse strijders geven zich over, maar Mosje Sachar vlucht, op aandringen van Rabbi Lebowitz, in de wirwar van geheime gangen onder de stad. Hij komt terecht in een eeuwenoude bibliotheek, onder een reusachtige onderaardse koepel. Op aanwijzing van de rabbi pakt Mosje een boekrol en wordt opgeslokt door het verhaal over een zekere Mirjam en haar Romeinse minnaar Marcus. Een historische roman met veel spanning en ontroering. Deel 4 in de serie 'De erfenis van Sion'
Op 14 mei 1948 wordt de staat Israël uitgeroepen en de Britten verlaten het gebied. Joden en Moslims strijden om Jeruzalem, bereid om hun leven te geven. In deze cruciale periode volgen we verschillende personages uit eerdere werken. Mosje Sachar, hoogleraar archeologie en Hagana-strateeg, probeert de Joodse wijk te beschermen met beperkte middelen. Ondertussen doet zijn zwangere vrouw Rachel haar best om Jeruzalem te bereiken, terwijl ze onder vuur ligt. Tijdens haar gevaarlijke reis ontmoet ze de verbitterde Lori Ibsen, die nauwelijks contact heeft met haar man Jacob Kalner, die dienstneemt in het nieuwe Israëlische leger. Ook 'Dummkopf' Alfie Halder is actief in het leger. Daoed en Gawan, twee Arabische weesjongens, worden ongewild in de strijd betrokken en kiezen partij tegen hun vroegere vriend Jacov Lubetkin. Te midden van het conflict worden ze geadopteerd door een opmerkelijke man die samen met de Soeurs Reparatrice uit een Frans klooster Jeruzalem binnentrekt. Deze nonnen, ongewild in het conflict verwikkeld, ervaren de gevolgen van de oorlog en de aanwezigheid van de 'Engel des Heren'. Dit is het eerste deel van de serie DE ERFENIS VAN SION.