Simon de Waal schöpft aus seiner umfangreichen Erfahrung als Kriminalbeamter, der in Amsterdam schwere Verbrechen untersucht, um fesselnde und authentische Kriminalerzählungen zu schaffen. Sein Schreiben ist geprägt von einem tiefen Verständnis der Kriminalpsychologie und der Dynamik polizeilicher Arbeit, was den Lesern eine rohe Perspektive auf die dunklere Seite des Lebens bietet. Durch seine packende Erzählweise gewährt er Einblicke in die Komplexität der menschlichen Natur und den beständigen Kampf zwischen Gut und Böse. De Waals Werke sind eine faszinierende Erkundung moralischer Dilemmata und Spannung, die bis zur letzten Seite nachhallt.
Im Amsterdamer International Hotel geschieht ein grausames Verbrechen: Blutspuren sind überall, doch das Opfer bleibt verschwunden. Kommissar Martin Boks steht vor der Herausforderung, den Fall zu lösen, während er selbst in Gefahr ist.
In Amsterdam wird die Leiche eines obdachlosen Mannes aus einer Gracht geborgen, zunächst als Unfall eingestuft. Doch die Ermittler Boks und sein Team entdecken, dass der Tote nicht der ist, für den man ihn hält, was den Fall komplizierter macht.
Es ist tief in der Nacht, als sie erschreckt aus einem Albtraum erwacht. Selbst in den Bars auf der Utrechtsestraat ist es totenstill. Nur widerwillig verlässt sie ihr Zimmer in dem billigen Hotel, um das Bad auf dem Flur aufzusuchen. Eine halb offene Tür macht ihr Angst, dennoch hält sie inne, will sie sich vergewissern, dass niemand dort lauert. Was sie sieht, lässt sie erstarren: das Bett – rot von Blut. Sie will weg aus diesem Flur, aber sie bleibt – und schreit. Nur wenig später trifft die Polizei ein. Inspecteur Martin Boks untersucht den Ort, an dem offensichtlich ein Verbrechen geschah: Blutspuren an den Wänden, Spritzer auf den Laken, Tropfen auf dem Boden. Jemand, der so viel Blut verloren hat, kann nicht mehr leben. Doch was fehlt, ist eine Leiche.
Amsterdam 1928, kurz vor Beginn der Olympischen Spiele: Ein Erpresser verlangt, dass die Spiele abgesagt werden, sonst würden viele Menschen sterben. Das Olympische Komitee ist ratlos. Eine Absage kommt nicht in Frage. Doch das Leben von Tausenden Besuchern riskieren? In ihrer Not wenden sie sich an den Hobbykriminalisten Van Ledden Hulsebosch. Bevor Van Ledden Hulsebosch sich auf die Suche machen kann, passieren die ersten mysteriösen Todesfälle. Van Ledden Hulsebosch findet heraus, dass der Mörder sich an den Farben der fünf olympischen Ringe orientiert...
Als rechercheur Peter van Opperdoes op een stormachtige avond langs zijn stamcafé loopt, wordt hij gewaarschuwd dat er een onbekende man naar hem op zoek is. Het blijkt Bob Pals te zijn, een vastgoedhandelaar die met de dood wordt bedreigd. Van Opperdoes en zijn collega Jacob onderzoeken de zaak en komen een louche wapenhandelaar en twee criminele huurlingen op het spoor. Maar de situatie wordt pas echt zorgelijk als Pals’ dochter Kim in elkaar wordt geslagen. Pals blijkt de twee rechercheurs niet alles verteld te hebben en onderhoudt zelf nauwe banden met de onderwereld. Van Opperdoes en Jacob raken verwikkeld in een race tegen de klok om achter de dodelijke waarheid te komen.
Wanneer een Amerikaanse toeriste in Amsterdam in een louche hotel een kamer ontdekt die rood ziet van het bloed, wordt rechercheur Martin Boks op de zaak gezet. Dat er een gruwelijk misdrijf is gepleegd, is duidelijk. Er ontbreekt echter een lijk, en zowel de nachtportier als de hoteleigenaar beweren van niets te weten. Als Boks erachter komt dat de kamer regelmatig wordt gebruikt voor zaken die het daglicht niet kunnen verdragen, ziet hij zijn lijst met verdachten groeien. Wie heeft de kamer gebruikt? En nog belangrijker: wie is er vermoord?
Rechercheur Peter van Opperdoes en zijn collega Jacob worden gewaarschuwd dat een gast van een hotel in de Jordaan geen gehoor meer geeft. Als ze de kamer met een reservesleutel openmaken, vinden ze het lichaam van een onbekende man. In eerste instantie lijkt de man aan een hartaanval overleden te zijn, maar nauwgezet onderzoek van de twee rechercheurs bevestigt het vermoeden van Van Opperdoes; de man is vermoord. De moeizame speurtocht naar de identiteit van de onbekende man levert uiteindelijk een naam op, maar ook meer vragen. Want wat deed de man, een Amsterdammer, eigenlijk in het hotel? Met wie had hij een afspraak? En de meest prangende wie heeft hem vermoord… en waarom?
Rechercheur Opperdoes krijgt te maken met een lijk dat is aangetroffen in een uit een Amsterdamse gracht getakelde auto; het blijkt een oude bekende van hem.
ls rechercheur Peter van Opperdoes op een koude winteravond een wandeling door donker Amsterdam maakt om zijn zinnen te verzetten, hoort hij in de verte de loeiende sirene van een politieauto. Als hij nog een sirene hoort, is zijn nieuwsgierigheid gewekt. Hij wandelt in de richting van het geluid en komt terecht op het Stenen Hoofd waar een aantal politieagenten de boel heeft afgezet. Aan het einde van het lange grasveld, vlak bij het water, ligt een doodgeschoten man. Van Opperdoes en zijn collega Jacob onderzoeken de moord. In eerste instantie lijkt het erop dat de man slachtoffer is geworden van een uit de hand gelopen ruzie binnen een relatie. Dan wordt in de omgeving van het Stenen Hoofd de auto van het slachtoffer gevonden. In de kofferbak ligt een tweede lijk. Het blijkt een notoire crimineel te zijn, die bekendstaat als een meesterlijke inbreker die nooit sporen achterlaat. En als er dan ook nog een verborgen usb-stick op het lichaam wordt gevonden, beseft Van Opperdoes dat de zaak ingewikkelder gaat worden dan hij had gedacht.
Als na de sloop van een groot gebouw in de Amsterdamse binnenstad, in de buurt van Bureau Raampoort, een lichaam opgegraven wordt, staan rechercheur Van Opperdoes en zijn trouwe collega Jacob voor een raadsel. Niet alleen rijst de vraag wie het slachtoffer is, maar ook hoe het lichaam daar terecht is gekomen. Dat het geen natuurlijke dood betreft is wel duidelijk, maar niemand lijkt een motief te hebben gehad voor moord. Dan komt er plots hulp uit onverwachte hoek...