Bookbot

Verhalen uit Odessa

Mehr zum Buch

Isaak Babel is met Tsjechov de belangrijkste Russische schrijver van korte verhalen. Hij verwierf zich wereldfaam met <i>Rode Ruiterij</i>, dat de weerslag van zijn oorlogservaringen bevat. Niet minder vermaard zijn de prachtige <i>Verhalen uit Odessa</i>, die hij in de jaren 1923/24 schreef. De thematiek behelst het joodse bandietendom uit de wijk in Odessa waar Babel geboren is en waar hij, om stof op te doen, een tijd bij een tipgever woonde tot deze vermoord werd. De beide vertellers spreken soms ironisch, maar meestal met bewondering over de figuur van de legendarische gangster Benja Krik, bijgenaamd ‘De Koning’. Het tweede deel van deze bundel wordt gevormd door Babels latere, na 1923 geschreven verhalen, die gewoonlijk als zijn ‘autobiografische verhalen’ worden aangeduid. Ze zijn wat beschouwender van aard, maar ook hier ontkomt de lezer niet aan de indruk dat het brute geweld en de zinloze wreedheid van de mensen Babel hebben gebiologeerd als een geheim dat moest worden ontraadseld. Daartoe moest het eerst worden uitgebeeld, en dat heeft Babel op onnavolgbare wijze gedaan.

Buchkauf

Verhalen uit Odessa, Charles B. Timmer, Isaac Babel

Sprache
Erscheinungsdatum
1988
Einband
(Paperback)
Wir benachrichtigen dich per E-Mail.

Lieferung

  • Gratis Versand ab 14,99 € in ganz Deutschland! Mehr Infos.

Zahlungsmethoden

Keiner hat bisher bewertet.Abgeben

Titel
Verhalen uit Odessa
Sprache
Niederländisch
Erscheinungsdatum
1988
Einband
Paperback
Seitenzahl
236
ISBN10
9029038527
ISBN13
9789029038522
Reihe
Beschreibung
Isaak Babel is met Tsjechov de belangrijkste Russische schrijver van korte verhalen. Hij verwierf zich wereldfaam met <i>Rode Ruiterij</i>, dat de weerslag van zijn oorlogservaringen bevat. Niet minder vermaard zijn de prachtige <i>Verhalen uit Odessa</i>, die hij in de jaren 1923/24 schreef. De thematiek behelst het joodse bandietendom uit de wijk in Odessa waar Babel geboren is en waar hij, om stof op te doen, een tijd bij een tipgever woonde tot deze vermoord werd. De beide vertellers spreken soms ironisch, maar meestal met bewondering over de figuur van de legendarische gangster Benja Krik, bijgenaamd ‘De Koning’. Het tweede deel van deze bundel wordt gevormd door Babels latere, na 1923 geschreven verhalen, die gewoonlijk als zijn ‘autobiografische verhalen’ worden aangeduid. Ze zijn wat beschouwender van aard, maar ook hier ontkomt de lezer niet aan de indruk dat het brute geweld en de zinloze wreedheid van de mensen Babel hebben gebiologeerd als een geheim dat moest worden ontraadseld. Daartoe moest het eerst worden uitgebeeld, en dat heeft Babel op onnavolgbare wijze gedaan.