Between the late 1970s and the early 1980s, Nayra Atiya gathered the oral histories of five Egyptian men: a fisherman, an attorney, a scholar, a business- man, and a production manager. Through personal interviews over the course of several years, Atiya intimately captured the everyday triumphs and struggles of these young men in a rapidly changing Egyptian society. These tender stories of childhood experiences in the rural countryside, of the rigors of schooling, and of the many challenges in navigating adulthood shed light on both the rich diversity of Egyptian society and the values and traditions that are shared by all Egyptians. The concept of shahaama--a code of honor that demands loyalty, generosity, and a readiness to help others--is threaded throughout the narratives, reflecting its deeply rooted presence in Egyptian culture. Moving beyond leaden stereotypes of the oppressive Middle Eastern male, these candid self-portraits reveal the complexity of male identity in contemporary Egyptian society, highlighting the men's desires for economically viable lives, the same desires that fuel the many Egyptians today working toward revolutionary change.
Nayra Atiya Bücher
Nayra Atiya ist eine amerikanische Oralhistorikerin, Schriftstellerin und Übersetzerin. Ihre Arbeit befasst sich mit dem Leben und den Erzählungen einfacher Menschen, wobei sie sich besonders auf ägyptische Stimmen und Erfahrungen konzentriert. Durch ihren unverwechselbaren Ansatz bringt sie fesselnde persönliche Geschichten hervor, die breitere gesellschaftliche Themen und kulturelle Einblicke beleuchten. Ihr Engagement für die Bewahrung und Weitergabe dieser menschlichen Erfahrungen macht sie zu einer bedeutenden Chronistin des gegenwärtigen Lebens.


Enkelringen
Egyptische vrouwen aan het woord
'Mijn man heeft me nooit tot de last of de kwelling van een baan gedwongen. Hij is echt bezorgd om mij. Als een man bij ons behoorlijk voor zijn vrouw zorgt, laat hij haar nooit uitgaan of iets doen. Het is een schande om haar uit te laten gaan' (Oemm Gaad). 'Een beroep betekent voor een vrouw niet alleen dat ze zichzelf kan bedruipen, maar ook dat ze haar zegje kan doen in zaken die haar aangaan. Als een echtgenoot de enige steun is die een vrouw heeft, breekt hij vroeg of laat haar geest. Ze zal, in alle opzichten, niet meer dan een slavin zijn' (Alice). 'Vroegen trouwden we vaak met blanke mensen, maar eigenlijk willen we dat niet meer. Onder elkaar maken we weleens grapjes, zo van: Hé blanke vrouw, waarom trouw je niet met iemand van je eigen soort? Die zijn er genoeg en van ons zijn er maar weinig. Als jij er een trouwt, met wie moet ik dan trouwen?' (Soeda). 'Er wordt ons verteld dat de besnijdenis nodig is omdat het water van de Nijl dat je als kind drinkt, een opgroeiend meisje hartstochtelijk maakt. Het helpt haar zich te beheersen, zodat ze niet te veel van de krachten van haar man vraagt' (Doenja). 'Als je de eerste vrouw bent en je krijgt geen kinderen en je man trouwt opnieuw, dan vraag je je af: Hoe kan ik het hem het beste betaald zetten? Hoe kan ik zijn hart breken en het hare verzengen, zodat ze de rest van haar dagen in pijn zal leven? De enige zekere manier is via haar kinderen' (Oemm Na'iema). Vijf vrouwen uit Caïro vertellen over de zorgen en de vreugden van hun gebonden bestaan.